Bibliotheek
Les 154: Openbaring 6–11, deel 1


Les 154

Openbaring 6–11, deel 1

Inleiding

Johannes ziet een visioen van het Lam van God dat de eerste zes zegels van het verzegelde boek opent. In het zesde zegel ziet Johannes de dienstknechten van God die ‘hun gewaden’ […] ‘in het bloed van het Lam’ gewassen hebben (Openbaring 7:14).

Lessuggesties

Openbaring 6

Johannes zag dat het Lam van God de eerste zes zegels van het verzegelde boek opendeed

Vraag de cursisten of ze zich weleens zorgen maken omdat ze in de laatste dagen leven. Zet hun antwoorden op het bord.

Laat een cursist de volgende uitspraak van de profeet Joseph Smith voorlezen. Laat de klas opletten wat de profeten vanouds van onze tijd vonden:

Afbeelding
De profeet Joseph Smith

‘Profeten, priesters en koningen hebben vreugdevol naar deze tijd uitgekeken, en gestimuleerd door hemelse en vreugdevolle verwachting hebben ze over onze tijd gezongen, geschreven en geprofeteerd.’ (Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith [2007], 200).

  • Wat vonden de profeten vanouds van onze tijd?

Leg uit dat Johannes de Openbaarder een van de profeten was die op de hoogte was van de gebeurtenissen in de laatste dagen en met vreugdevolle verwachting van onze bedeling profeteerde.

Laat de cursisten bij hun studie van Openbaring 6–7 redenen opzoeken waarom de profeten vanouds met vreugdevolle verwachting naar onze tijd uitkeken.

Herinner de cursisten eraan dat Johannes in Openbaring 5:1–5 een boek met zeven zegels zag dat alleen door het Lam mocht worden geopend. Leg uit dat Johannes in zijn visioen figuurlijke voorstellingen zag van enkele grote gebeurtenissen in elk van de perioden van duizend jaar die door de zeven zegels vertegenwoordigd worden.

Zet het volgende op het bord (overweeg dat vóór de les te doen):

Eerste zegel (Openbaring 6:1–2)

Tweede zegel (Openbaring 6:3–4)

Derde zegel (Openbaring 6:5–6)

Vierde zegel (Openbaring 6:7–8)

Vijfde zegel (Openbaring 6:9–11)

Geef iedere cursist een blaadje. Wijs iedere cursist een van de zegels toe (elk zegel kan aan meer dan één cursist worden toegewezen). Laat de cursisten de teksten doorlezen die bij hun zegel horen en een tekening maken van de gebeurtenissen die Johannes betreffende dat zegel zag.

Als de cursisten voldoende tijd hebben gehad, laten ze hun tekening in de juiste volgorde aan de klas zien, te beginnen met wie het eerste zegel had. Laat van elk zegel een cursist aan de hand van zijn of haar tekening uitleggen wat Johannes zag toen het zegel geopend werd. Bij de uitleg van elke cursist kunt u de volgende mogelijke uitleggingen van ouderling Bruce R. McConkie van het Quorum der Twaalf Apostelen bespreken: U kunt de cursisten aanmoedigen om deze informatie in hun Schriften, aantekenschrift of Schriftendagboek te noteren.

Eerste zegel

(Ongeveer 4000 tot 3000 v.C.)

Wit paard = overwinning

Boog = oorlog

Kroon = veroveraar

Ouderling McConkie stelde dat de verzen 1–2 de tijd van Henoch beschrijven en dat de ruiter Henoch is. (Zie Doctrinal New Testament Commentary, 3 delen [1966–1973], 3:476–78.)

Tweede zegel

(Ongeveer 3000 tot 2000 v.C.)

Rood paard = Bloedvergieten

Zwaard = Oorlog en verwoesting

Ouderling McConkie stelde voor dat de verzen 3–4 de tijd van Noach beschrijven, toen goddeloosheid de aarde bedekte. De ruiter op het rode paard kan de duivel voorstellen of wellicht ‘iemand die veel moordende krijgers voorstelt.’ (Doctrinal New Testament Commentary, 3:478–79.)

Derde zegel

(Ongeveer 2000 tot 1000 v.C.)

Zwart paard = Hongersnood

Weegschaal = Hoge prijzen van voedsel

Ouderling McConkie stelde voor dat de verzen 5–6 de tijd van Abraham beschrijven, toen veel mensen door hongersnood overleden.(Zie Doctrinal New Testament Commentary, 3:479-80.) De mensen konden alleen voldoende voedsel kopen als ze al hun verdiende geld van die dag gebruikten, waaruit de enorme hoogte van de prijzen tijdens de hongersnood bleek.

Vierde zegel

(Ongeveer 1000 v.C. tot de geboorte van Christus)

Grauw paard = Dood

Dood en rijk van de dood = Verdelging van de goddelozen en hun aankomst in de gevangenis in de geestenwereld (zie Jesaja 5:14)

Volgens ouderling McConkie verwijzen de verzen 7–8 naar ‘het millennium van die grote koninkrijken en naties die door oorlog en verraad [Israël] steeds onder de voet liepen.’ (Doctrinal New Testament Commentary, 3:481.) Deze naties omvatten Babylon, Perzië, Egypte, Griekenland en Rome.

Vijfde zegel

(Ongeveer de geboorte van Christus tot 1000 n.C.)

Altaar = Offer

Zielen = Martelaars, christenen die voor hun geloofsovertuiging gedood werden

Ouderling McConkie stelde dat de verzen 9–11 naar de eerste christenen verwijzen, onder wie de meeste van de oorspronkelijke apostelen die als martelaar stierven. (Zie Doctrinal New Testament Commentary, 3:482–483.) Omdat deze heiligen hun leven gaven voor ‘het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden’ (Openbaring 6:9), kregen ze ‘een wit gewaad’, als symbool van hun reinheid. (Zie Openbaring 7:13–14; 3 Nephi 27:19.)

Leg vervolgens uit dat het zesde zegel een voorstelling is van onze tijd en de gebeurtenissen die voorafgaan aan het millennium, wanneer Jezus Christus persoonlijk op aarde zal regeren. (Zie Doctrinal New Testament Commentary, 3:485–486.)

Laat enkele cursisten om de beurt een vers uit Openbaring 6:12–17 voorlezen. Laat de klas meelezen en de gebeurtenissen opzoeken die Johannes voorspelde.

  • Welke gebeurtenissen zag Johannes toen het zesde zegel werd geopend? (Leg uit dat deze rampspoeden tekens van de laatste dagen zijn.)

  • Wat wensen de mensen die volgens vers 16 Gods ‘toorn’ willen ontlopen?

  • Welke vraag wordt er in vers 17 gesteld?

Zet de volgende vraag op het bord: Wie kan staande blijven?

Leg uit dat Openbaring 7 ons meer begrip geeft over wie staande zullen blijven of de rampspoeden van het zesde zegel zullen verdragen.

Openbaring 7

Johannes zag de dienstknechten van God die hun gewaden in het bloed van het Lam wasten.

Vraag een cursist Openbaring 7:1 voor te lezen en een andere cursist Leer en Verbonden 77:8. Laat de klas meelezen en opzoeken wat Johannes nog meer in het zesde zegel zag.

  • Wat deden de vier engelen? (Leg uit dat de winden die ze tegenhouden de macht hebben om het leven op aarde te verwoesten. Zie ook LV 86:5–7.)

Vraag een cursist Openbaring 7:2–3 voor te lezen en een andere cursist Leer en Verbonden 77:9. Laat de klas meelezen en opzoeken wat een andere engel tegen de vier engelen zei.

Leg uit dat het woord Elias in dit geval een ‘titel [is] voor hen die de opdracht hebben om sleutels en bevoegdheid over te dragen aan de mensen in de laatste bedeling.’ (Doctrinal New Testament Commentary, 3:491–492; zie ook Bible Dictionary, ‘Elias’.)

  • Wat zei deze engel tegen de vier engelen?

Leg uit dat de ‘verzegeling, of markering, van “de dienaren van onze God aan hun voorhoofd” een metafoor is van hun toewijding, dienstbetoon en toebehoren aan God. (Openbaring 7:3; zie ook Openbaring 9:4; 14:1.) […]

‘De profeet Joseph Smith heeft gezegd dat de verzegeling van de getrouwen aan hun voorhoofd “de verzegeling van de zegen op hun hoofd betekent, wat het eeuwig verbond betekent, waardoor hun roeping en verkiezing wordt bevestigd.” (History of the Church, 5:530.)’ (New Testament Student Manual [lesboek kerkelijke onderwijsinstellingen, 2014], 544.)

Leg uit dat Johannes volgens Openbaring 9 zag wat er zou gebeuren met de mensen die dit zegel niet hadden ontvangen. Vraag een cursist Openbaring 9:3–4 voor te lezen. Laat de klas meelezen en de conditie opzoeken van de mensen die het zegel niet hebben ontvangen. Vraag de cursisten naar hun bevindingen.

Laat de cursisten Openbaring 7:4 doorlezen en opzoeken hoeveel mensen door de engel verzegeld waren. Vraag de cursisten naar hun bevindingen.

Leg uit dat de Heer tegen de profeet Joseph Smith heeft gezegd dat ‘het getal 144.000 dat in Openbaring 7:4–8 wordt genoemd het getal is van het aantal geordende hogepriesters uit de twaalf stammen van Israël die anderen bijstaan in hun streven naar de verhoging [zie LV 77:11]. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het niet het aantal mensen dat wordt verhoogd.’ (New Testament Student Manual [lesboek kerkelijke onderwijsinstellingen, 2014], 544.)

Vraag een cursist Openbaring 7:9–10 voor te lezen. Laat de klas meelezen en opzoeken wie Johannes nog meer zag.

  • Wie zag Johannes?

  • Wat droeg de menigte en wat hadden de mensen in hun hand? (U moet wellicht uitleggen dat de palmtakken overwinning en vreugde kunnen symboliseren.)

Laat een cursist Openbaring 7:13–17 voorlezen. Laat de klas meelezen en opzoeken wat Johannes over deze mensen te weten kwam.

  • Wat hadden die mensen doorstaan?

  • Hoe waren hun gewaden wit geworden? (Door het ‘bloed van het Lam’ — als symbool van de verzoening van Jezus Christus.)

  • Welke zegeningen kregen deze mensen volgens de verzen 15–17 omdat ze door de verzoening van Jezus Christus waren gereinigd? (U wilt misschien uitleggen dat in deze verzen de vreugde, gemoedsrust en toewijding wordt beschreven van de mensen die het celestiale koninkrijk beërven.)

  • Welk beginsel kunnen we uit deze verzen leren over de manier waarop we het celestiale koninkrijk kunnen beërven? (De cursisten kunnen verschillende woorden gebruiken maar moeten het volgende beginsel vinden: als we getrouw beproevingen doorstaan en door de verzoening van Jezus Christus gereinigd worden, zullen we ons bij God in het celestiale koninkrijk bevinden. Zet dit beginsel op het bord.)

Laat de cursisten zich afvragen hoe het zou zijn en hoe zij zich zouden voelen om zich gereinigd in de tegenwoordigheid van God te bevinden.

  • Hoe zouden we die gevoelens kunnen vergelijken met de gevoelens van de mensen in Openbaring 6:16?

  • Wat moeten we doen om door de verzoening van de Heiland gereinigd te worden?

  • Hoe heeft de herinnering aan de zegeningen van de celestiale heerlijkheid je geholpen in je pogingen om tegenspoed te doorstaan en zuiver te worden?

Herinner de cursisten aan de lijst met zorgen die aan het begin van de les op het bord stonden. Laat ze zich afvragen wat ze aan het beginsel op het bord hebben als ze zich zorgen maken over hun leven in de laatste dagen. Nodig enkele cursisten uit om iets over hun gedachten aan de klas te vertellen.

Geef de cursisten enkele minuten de tijd om zich af te vragen hoe ze het beginsel kunnen toepassen dat ze vandaag geleerd hebben. Moedig ze aan om eventuele ingevingen op te schrijven.

Toelichting en achtergrondinformatie

Openbaring 6–11. In de laatste dagen leven

President Boyd K. Packer van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft het volgende over ons leven in de laatste dagen gezegd:

‘Soms denken tieners ook wel eens: “Wat heeft het voor nut? De wereld wordt binnenkort toch opgeblazen en vergaat dan.” Die gedachte komt uit angst en niet uit geloof voort. Niemand weet het uur of de dag (zie LV 49:7), maar het einde kan niet komen voordat de doeleinden van de Heer bereikt zijn. Alles wat ik uit de openbaringen en het leven geleerd heb, overtuigt mij ervan dat je de tijd hebt om je zorgvuldig op een lang leven voor te bereiden.’ (“To Young Women and Men,” Ensign, mei 1989, 59.)

Openbaring 7:1–3. De rechtvaardigen zullen beproevingen en leed ondergaan

‘De apostel Johannes zag dat bepaalde rampspoeden die aan de wederkomst vooraf zouden gaan niet de hele aarde of alle inwoners zou treffen maar alleen “de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd” hebben (Openbaring 9:4). Dat komt overeen met andere schriftuurlijke beloften dat de getrouwen in de laatste dagen uiteindelijk beschermd zullen worden. (Zie 1 Nephi 22:17–19; LV 115:5–6.) […]

‘Hoewel de Heer de rechtvaardigen in de laatste dagen bescherming belooft, heeft de profeet Joseph Smith verduidelijkt dat sommige rechtvaardigen door de beproevingen en rampspoeden in de laatste dagen het leven zullen verliezen: “[Ik] heb de komst van de Zoon des Mensen uitgelegd; en ook dat het een verkeerd idee is dat de heiligen aan alle oordelen zullen ontkomen terwijl de goddelozen lijden; alle vlees is onderworpen aan lijden, en “de heiligen zullen nauwelijks ontkomen” [zie LV 63:34]; toch zullen veel heiligen eraan ontkomen, want de rechtvaardigen zullen leven door geloof [zie Habakkuk 2:4]; niettemin zullen veel rechtvaardigen ten prooi vallen aan ziekte, pestilentie enz., wegens de zwakte van het vlees, en toch gered worden in het koninkrijk van God.” (Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith [2007], 272.)’ (New Testament Student Manual [lesboek kerkelijke onderwijsinstellingen, 2014], 547.)

Openbaring 7:2. Elias

Ouderling BruceR. McConkie van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft de titel Elias uitgelegd:

‘Veel dienende engelen zijn uit de hoven van heerlijkheid nedergedaald om sleutels en bevoegdheid te bevestigen, om hun bedelingen en heerlijkheden aan de mens op aarde te verbinden. De volgende personen zijn in ieder geval gekomen: Moroni, Johannes de Doper, Petrus, Jakobus, Johannes, Mozes, Elia, Elias, Gabriël, Rafaël en Michaël (LV 13; 110; 128:19–21). Aangezien het duidelijk is dat geen enkele boodschapper de hele last van de herstelling heeft gedragen, maar dat iedereen met een bijzondere begiftiging uit de hemel is gekomen, is het duidelijk dat Elias een samengestelde persoonlijkheid is. We moeten het zo begrijpen dat het om een naam en een titel gaat voor hen die de opdracht hebben om sleutels en bevoegdheid over te dragen aan de mensen in het laatste bedeling. ([Zie Joseph Fielding Smith,] Doctrines of Salvation, deel 1, 170–174.)’(Mormon Doctrine, 2de editie [1966], 221.) Zie ook de Bible Dictionary, ‘Elias.’

Afdrukken